13 juni 2023
Je hebt vast wel eens gehoord dat de linkerhersenhelft andere soorten prikkels en prikkels van en naar andere delen van het lichaam verwerkt dan de rechterhersenhelft. Wist je dat dit bij honden en andere dieren tot uiting komt bij het ruiken van verschillende soorten geuren? Een stukje anatomie De grote hersenen bestaan uit twee duidelijke helften, die met elkaar verbonden zijn via een stevige, dikke bundel zenuwen. Via deze bundel, genaamd het corpus callosum, kunnen de hersenhelften met elkaar communiceren. Sommige hersenfuncties worden voornamelijk in een bepaalde helft van de hersenen verwerkt of uitgevoerd en veel minder in de andere hersenhelft. Dit wordt met een moeilijk woord lateralisatie genoemd. Het meest bekende voorbeeld van lateralisatie is links- of rechtshandigheid. Dit is niet alleen bij mensen het geval, ook de meeste honden hebben een voorkeur voor het gebruik van hun linker- of rechterpoot als ze bijvoorbeeld speelgoed onder de bank vandaan willen halen. Naast deze voorkeur voor het gebruik van een bepaalde poot bij honden, is er iets bijzonders aan de hand als we kijken naar het reukvermogen. Er is namelijk opvallend vaak een sterke voorkeur voor het gebruik van ofwel het linkse, ofwel het rechtse neusgat. Vecht-of-vluchtreactie Belangrijk om te weten is dat geur verwerkt wordt in de hersenhelft aan dezelfde kant als waar deze wordt geroken. Mogelijk heeft de voorkeur om te ruiken met een bepaald neusgat – en dus verwerking van de geur aan dezelfde kant van de hersenen – te maken met het aanspreken van het sympathische, of juist het parasympathisch zenuwstelsel. Beide maken deel uit van het autonome zenuwstelsel. Het autonome zenuwstelsel regelt – zonder dat je er bewust invloed op hebt – de werking van onder andere de ademhaling, de spijsvertering en het hart en de bloedvaten. Simpel gesteld is het sympathisch zenuwstelsel actief tijdens een periode van activiteit, en het parasympathisch zenuwstelsel tijdens een periode van rust en herstel. Het sympathisch zenuwstelsel versnelt de hartslag en ademhaling, verwijdt de bloedvaten en vertraagt de spijsvertering. Het speelt zo een belangrijke rol in de vecht-of-vluchtreactie van het lichaam. Het parasympathisch zenuwstelsel heeft een tegengestelde werking. De rechterhersenhelft heeft vooral verbindingen met het sympathisch zenuwstelsel, terwijl de linkerhersenhelft vooral verbindingen heeft met het parasympathisch zenuwstelsel. Op onderzoek uit Waar wij als mens onze omgeving vooral beleven middels zicht en gehoor, staat geur voor de hond op de eerste plaats. Het ontdekken van nieuwe geuren blijken honden vooral te doen met hun rechterneusgat. Blijkt de geur vies of bedreigend te zijn, dan blijven ze met hun rechterneusgat ruiken. Herinner je dat geuren via het rechterneusgat in de rechterhersenhelft verwerkt worden, en dat de rechterhersenhelft vooral verbindingen heeft met het sympathisch zenuwstelsel. Bekende veilige of lekkere geuren daarentegen, worden vooral geroken met het linkerneusgat. Deze voorkeur is te onthouden met het ezelsbruggetje ‘rechts is ranzig, links is lekker’. De conclusies komen uit Italiaans onderzoek van Siniscalchi et al. (2011). Voor het onderzoek werden 30 gecastreerde reuen en teven gebruikt, allen van gemixte rassen. De honden kregen in een speciale onderzoeksopzet zes geuren gepresenteerd, aangebracht op een wattenstaafje: voer zweet van de dierenarts die werkzaam was in de kennel van de honden citroen adrenaline vaginale uitscheiding van een teef in oestrus (loopsheid) een wattenstaafje zonder aangebrachte geur Elke hond had vervolgens zeven sessies, verdeeld over drie-en-een-halve week. Tijdens een sessie werden de zes geuren steeds drie minuten gepresenteerd met één minuut ertussen. De volgorde waarin de geuren werden aangeboden werd steeds gewisseld. Voor iedere presentatie van een geur werd genoteerd welk neusgat de hond als eerste gebruikte en welk neusgat als laatste (voordat de hond zelf wegliep of de geur werd weggenomen). Er zijn vier mogelijke uitkomsten: Ruikt de hond in eerste instantie met rechts, maar gebruikt hij daarna het linkse neusgat? Dan is dat een teken dat de geur onbekend was (vandaar rechts als eerste neusgat), maar dat de hond de geur nadat hij deze heeft leren kennen als positief ervaart (vandaar links als laatste neusgat). Soms ruikt een hond ook bij een bekende lekkere geur in eerste instantie even met rechts, om als het ware het zekere voor het onzekere te nemen, maar wisselt hij daarna direct naar links. Ruikt de hond de geur in eerste instantie met rechts en blijft hij ook met rechts ruiken? Dan ervaart hij de geur als vies of bedreigend. Het is moeilijk te achterhalen of de geur in eerste instantie wel of niet bekend was: zowel onbekende als vieze en bedreigende geuren worden met rechts geroken. Ruikt de hond de geur in eerste instantie met links en blijft hij ook met links ruiken? Dan gaat het om een bekende lekkere geur. Het komt weinig voor dat een hond eerst ruikt met het linkerneusgat en vervolgens met het rechterneusgat. Dat zou betekenen dat een bekende lekkere geur ineens onbekend, bedreigend of vies wordt. Het voer werd in eerste instantie even vaak met rechts als met links geroken. Een teken dat de geur van voer in ongeveer de helft van de gevallen logischerwijs als bekend en lekker werd ervaren. In de andere helft van de gevallen werd het voer waarschijnlijk niet direct herkend. Uiteindelijk roken bijna alle honden met links als laatste neusgat aan het voer: ook de honden die de geur niet direct herkenden, vonden deze geur dus uiteindelijk lekker. Kijk je terug naar de opsomming, dan viel voer voor de helft van de honden in de eerste categorie en voor de andere helft in de derde categorie. Dit was anders voor de geuren van de dierenarts en adrenaline. Deze geuren werden in eerste instantie met rechts geroken en de honden bleven ook met rechts ruiken. Deze geuren vielen in de tweede categorie: ze werden als bedreigend en/of vies ervaren. De geuren van vaginale afscheiding, citroen en een wattenstaafje werden in eerste instantie ook met rechts geroken, maar daarna door een deel van de honden met links, en door een deel van de honden met rechts. Sommige honden vonden deze geuren dus lekker, andere niet. Voor een deel van de honden vielen deze geuren in de eerste categorie, voor het andere deel in de tweede categorie. Aan het werk met de neus! De neus van de hond is bewonderenswaardig. De meeste honden zijn in staat tot bijzondere prestaties, én vinden het daarbij ook nog eens geweldig leuk om met hun neus te mogen werken. Wil jij de neus van je hond aan het werk zetten? Kijk eens of detectie iets voor jullie is! Siniscalchi, M., Sasso, R., Pepe, A.M., Dimatteo, S., Vallortigara, G., Quaranta, A. (2011). Sniffing with the right nostril: lateralization of response to odour stimuli by dogs. Animal Behaviour, Vol. 82, 399-404.